Toen gingen we dus de mist in…

Vandaag een verslag van twee dagen, omdat we gisteren maar af en toe even wifi hadden in Sequoia.

Gistermorgen zijn we vroeg uit Oakhurst vertrokken en hebben we met een rustig gangetje de bergen verlaten. Door een vlakker landschap met weilanden met zwarte koeien, heel veel sinasappel- en andere fruitbomen en een enkele wijngaard zijn we richting Kings Canyon gereden. Daar opnieuw bergen, haarspeldbochten en smalle wegen langs diepe afgronden. Maar Klungel begint er blijkbaar al een beetje aan te wennen (en ik ook).

Totdat we ineens net op een heel steil en bochtig stuk zo de dichte mist inreden. Het kunnen trouwens ook wel laaghangende wolken zijn geweest. Over een lengte van ongeveer een kilometer een zicht van minder dan 10 meter volgens Tom. Volgens mij minder dan 5 meter, maar dat kon ook door mijn van angst bijna dichtgeknepen ogen zo lijken.  😉 Doodeng vond ik het. Het enige positieve was dat ik behalve de weg ook de afgrond niet meer kon zien. Gelukkig klaarde het later op. We hebben nog wel kleine mistveldjes gehad maar niet meer zoals dit. Aan het begin van de middag zagen we de eerste grote Sequoia, de General Grant Tree. Er loopt een wandelpad omheen waar je nog meer van deze reuzen tegenkomt. Ook onderweg naar de lodge waar we zouden overnachten zagen we er diverse. Heel indrukwekkend. Niet alleen de dikte maar ook de hoogte. Zelfs met mijn groothoeklens was het lastig om ze helemaal op de foto te krijgen.

Na het inchecken en de lunch zijn we naar de boom met de grootste omvang van wel 36 meter gereden. Om bij deze General Sherman Tree te komen moet je een pad van 700 meter met trappen en een hoogteverschil van 65 meter aflopen. Prima te doen, tot je dezelfde weg terug moet. Vooral met mijn conditie. Tom had er weinig moeite mee. Maar goed, met af en toe even uithijgen op een bankje ben ik toch weer boven gekomen. We wilden nog naar Moro Rock maar daar was het zo mistig dat van een uitzicht geen sprake was.

Vanmorgen na het ontbijt zijn we begonnen aan de lange rit naar Ridgecrest. Met ongeveer 425 km 1 van de langste trajecten. Het eerste deel ook nog bochtige bergwegen en dan nog een stuk tweebaansweg langs wederom weilanden en fruitplantages. Dan een groot stuk 4 baans highway waar je lekker op kunt schieten. Het landschap wordt steeds droger. We komen langs grote velden met zonnepanelen en later ook ‘een paar’ windmolens. Bij het plaatsje Oildale staan aan beide kanten van de weg tientallen ja-knikkers olie op te pompen. Inmiddels is het steeds harder gaan waaien, met windstoten van  65km per uur. Overal stuift zand. We hebben nog even wat water en proviand ingeslagen voor de lange rit morgen, via Death Valley naar Las Vegas. Omdat het in Death Valley erg heet kan zijn hebben we een koelbox en wat ijselementen gekocht om mijn stomaplakken en pastaringen koel te houden. Volgens de weersvoorspelling wordt het morgen daar trouwens maar 30 graden. Vandaag was het 37 graden. Evengoed wordt het snel warm in de auto als die stilstaat.

De foto’s van gisteren: mist en Sequoia’s:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

En een paar van vandaag onderweg: Hondjes, highway en windmolens.

      

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *