Into the Badlands

Vandaag schrijft Tom weer een stukje:

Om de warmte voor te zijn werd het wederom vroeg opstaan. We zijn benieuwd of deze ‘traditie’ nog van invloed zal zijn op onze aanstaande jet lag… Veel regelmaat is er niet geweest de laatste weken.

De rondrit in de omgeving van en binnen het park begon met een mijlenlange gravelweg. Gelukkig was de kwaliteit redelijk, zaten er weinig gaten en ribbels in en bleef het stof binnen de perken. Toch was ik blij dat het niet onze eigen auto was die dit stukje moest rijden.

Zoals eigenlijk alle parken die we in de loop der jaren hebben bezocht, heeft ook dit park een geheel eigen karakter en lijkt het op geen van de andere. Het landschap en de rotsformaties zijn weer helemaal anders. Erg ge-erodeerd en veel rotsen lijken vanaf een afstand een soort olifantshuid te hebben qua kleur en aanblik. Er zijn uitgebreide heuvelachtige gebieden met afwisselend gras en hele velden planten met gele bloemen waarvan we later in het Visitor Center leerden dat ze niet inheems zijn en langzamerhand alles overwoekeren. Er zijn hele stukken waar je afgezien van rotsen niets anders meer ziet dan deze planten, die nu ook nog allemaal bloeien. De naam is Yellow Sweet Clover (honingklaver) . Het is een erg bijzonder landschap maar of je als staat blij moet zijn met zo’n exoot….

In de verte zagen we regelmatig dieren lopen; bisons, herten, schapen. Later zagen we dichter langs de weg hele kolonies prairie dogs die staand op hun achterpootjes de passerende bezoekers in de gaten hielden.

Verderop in het park werden de rotsen ruiger en leken we op een vreemde planeet rond te rijden. Af en toe zaten er kuddes bighorn sheep op de rotsen naar beneden te kijken, al doende files veroorzakend bij de toeristen.

Gelukkig dook er op het juiste moment weer een restaurant op voor de lunch en dankzij het vroege opstaan waren we net de drukte voor: toen we weggingen stond er een rij te wachten om ‘geseat’ te worden. (Je mag hier nooit zelf zomaar ergens gaan zitten, je moet door een serveerster naar je plek gebracht worden. Die stelt zich netjes voor en regelt verder alles in de hoop op een goede fooi. Mogen ze wat ons betreft bij ons ook wel gaan doen).

Na de lunch hebben we nog een eind verder door de Badlands gereden waarna we nog even in het plaatsje Wall de ‘Wall Drug’ bekeken hebben. Dit is een reusachtige tourist trap die ontstaan is uit het gratis uitdelen van ijswater aan passanten op weg naar Mount Rushmore en nu een aaneenschakeling is van allerlei souvenir- en andere winkels, die in elkaar overlopen via doorgangen in tussenwanden. T-shirts, bekers, messen, indiaanse kunst, drogisterij artikelen, wapens, Joost mag weten wat ze allemaal verkopen…. Wij hadden het echter vrij snel bekeken en zijn via de I-90 teruggevlogen (80 mijl per uur) naar de airco in ons hotel om bij te komen.

We zijn per slot van rekening geen twintig meer.

Voor de afwisseling morgen een rustig dagje. We hebben een paar musea en een winkelcentrum in de buurt gepland. Met airco, aangezien ze het hier morgen boven de 35 graden willen hebben.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *